Weer thuis
In Tokyo konden we wel vast wennen aan de lage temperaturen: het was 2 graden en er lag sneeuw. We moesten naar een andere terminal met de bus en dat was best wel koud! Gelukkig was het binnen weer warm. We hadden nog even tijd voor een kopje koffie en een half uurtje op internet om de tijd te doden. Echt grappig die Japanners op de luchthaven, die zijn overdreven beleefd. En natuurlijk waren er overal Japanse wc's (=een gat in de grond) dus dat was weer een leuke uitdaging voor me. De controles verliepen allemaal vlotjes dit keer en voor we het wisten zaten we weer in het vliegtuig. Dat vertrok wederom te laat, maar gelukkig hebben we in Londen tijd zat om over te stappen. Wij dachten trouwens de hele wereld rond te vliegen, maar dat blijkt niet zo te zijn. We vliegen gewoon heel Rusland over, lekker omgevlogen zijn we dus. De vlucht naar Londen duurde wel 13 en een half uur en dat was erg vermoeiend. We zijn maar begonnen met een filmpje, The Skeleton Key. Die was wel aardig, maar liep niet zo leuk af. Daarna probeerden we te slapen, wat Maik vrij snel lukte. Een grappig gezicht, iedere 2 minuten zakte zijn hoofd naar beneden, om vervolgens wakker te worden, weer rechtop te zitten en dan begon het weer opnieuw. Ik deed geen oog meer dicht, dus ging ik nog maar een film kijken: In her shoes. Die was leuk. Het is wel heel erg om 2 films verder te moeten constateren dat het nòg 8 uur vliegen is. Wat ging de tijd tergend langzaam zeg! Vele spelletjes monopoly op Maiks PDA later zagen we eindelijk dat we boven Denemarken zaten. Toen was het nog slechts 1 uur en 40 minuten vliegen. Voor ons gevoel was het toen eigenlijk al weer bijna bedtijd, maar in Europa was de ochtend pas net voorbij. Raar hoor. Eenmaal in Londen hadden we het echt gehad met het reizen. De tijd kon ons niet snel genoeg gaan. Gelukkig vertrokken we 10 minuten vroeger dan gepland en kwamen we dus ook wat eerder aan op Schiphol. Tot onze grote vreugde waren alle koffers er, inclusief de haastig ingecheckte rugzak van Maik. De ouders van Maik stonden ons op te wachten en brachten ons snel naar huis. Daar zijn Maik en ik bijna gelijk in bed gekropen en we hebben heerlijk geslapen tot de volgende ochtend half 10.
De laatste dag...
We moesten er vandaag toch echt aan geloven: dit was onze laatste dag. We zijn hem begonnen in Margaret River, met een kopje Chai Latte in de zon. Op het balkon van het hotel, met rode papagaaitjes rond ons. Daarna hebben we de koffers definitief ingepakt en zijn we naar "The good olive" gegaan. Daar hebben we op het terras ontbeten en vervolgens tot half 12 gewinkeld. Omdat het nog zo'n 3,5 uur rijden was naar Perth moesten we toen echt die kant op gaan rijden. Eigenlijk wilden we in de wijk Northbridge de rest van de middag op het terras gaan zitten, maar toen we er aankwamen was het er erg rustig. Na even dubben tussen Fremantle of Perth zijn we toen toch maar naar de Bell Tower in Perth gereden. We hadden mazzel, want er reed net iemand weg waardoor wij een parkeerplek hadden. Op het terras bij Shag was nog een tafeltje in de zon en we besloten die laatste paar uurtjes bruin worden nog even mee te pikken. Ik had me wel ingesmeerd, maar was kennelijk een klein stukje vergeten. Na een uur had ik namelijk een knalrode hals! Oeps... Gauw nog maar eens smeren. Om 18.00 uur hebben we gegeten bij een leuk restaurantje op dezelfde pier, Halo. Met uitzicht op de Swan River en live muziek was het een goede afsluiting van onze tijd in Down Under. Ze deden ontzettend hun best om ons op tijd het eten te brengen, en het lukte. Om kwart over 7 zijn we richting het vliegveld vertrokken. Vanaf dat moment verliep het allemaal wat minder soepeltjes. Eerst reden we verkeerd, waardoor we een hoop tijd verloren. Bovendien kwamen we nergens een benzinepomp tegen. Aangezien je een huurauto weer met een volle tank moet afleveren, was dat dus een probleem. Maar nu we aan de late kant waren konden we er niet meer naar op zoek gaan en dus zal de verhuurmaatschappij een dure benzineprijs rekenen. Het volgende probleem kwam toen we naar de gate wilden lopen. Onze handbagage bleek te zwaar. We hadden zoveel mogelijk de zware dingen uit de koffers gehaald, zodat we niet hoefden bij te betalen. Dat was dus gelukt, de koffers waren al richting vliegtuig en bij de balie hadden ze ons niet gevraagd de handbagage te wegen. Maar nu moest er opeens 2 kilo uit mijn rugzak en 3 uit die van Maik! En die spullen konden we niet meer in de koffers doen, want die waren al weg. Maik werd er helemaal chagerijnig van. Ze stelden voor om één van onze rugtassen in te checken. En om uit de mijne wat boeken te halen en die in mijn hand te houden? Wat een flauwekul, je neemt dan dezelfde hoeveelheid kilo's mee, maar omdat je een deel in je hand houdt is het opeens wel goed. En de grootste grap vind ik nog dat we met Maiks rugzak-kilo's erbij ruim 10 kilo teveel hebben, maar we niks hebben hoeven bijbetalen omdat we het apart van de koffers hebben ingechecked. Met andere woorden: het slaat dus allemaal nergens op en het kost een hoop tijd. Nu maar hopen dat de rugzak niet kwijtraakt of niemand er iets uithaalt, want er zitten een hoop kostbare spullen in... Na al dit gedoe moesten we behoorlijk haasten, wat achteraf voor niks bleek, want we hadden een half uur vertraging. Er was een toilet kapot ofzo. De vliegreis tot aan Tokyo was niet fijn, we zaten in het midden en naast mij zat een Japanner elke minuut zijn neus op te halen. We hebben dan ook nauwelijks een oog dicht gedaan. En het ergste is nog: na 9,5 uur vliegen zijn we nog verder bij Nederland vandaan dan dat we in Perth waren!
Tree Top Walk & Margaret River
Ik was alweer vroeg wakker vanmorgen. Omdat het niet meer lukte om in slaap te vallen, ging ik maar douchen. Toen ik aangekleed was bleek ik niet de enige te zijn; de koffie stond al te pruttelen. Na het ontbijt hebben we Joris en Domini gedag gezegd en zijn we richting Walpole gereden. Daar was een tree top walk. Jammer genoeg miezerde het nog steeds. Ik vond het natuurlijk weer doodeng, scheiterd dat ik ben. Op een bepaald moment waren we 45 meter boven de grond en de brug ging enorm tekeer doordat allerlei kinderen het grappig vonden om erop te springen. Niks voor mij dus, ik kon helemaal niet van het uitzicht genieten. Ik wilde zo snel mogelijk weer naar beneden! Uiteindelijk was ik toch wel blij dat ik het gedaan had. Het rook lekker omdat het net geregend had en het was wel gaaf om tussen de toppen van de bomen te lopen. Het weer werd intussen iets beter, af en toe probeerde het zonnetje zelfs door de wolken heen te prikken. We reden door richting Pemberton, maar kwamen onderweg in Nornalup een heel leuk theehuis tegen. Daar hebben we wat gedronken en een enorm lekker stukje Siciliaanse appeltaart. Vervolgens gingen we naar Pemberton, waar we naar de Gloucester Tree hebben gekeken. Dat is een boom van 61 meter hoog die je via een heel eng trappetje kunt beklimmen. Niks voor mij dus, en gelukkig hoefde Maik ook niet. Daarna reden we door naar Cape Leeuwin, het meest Zuid-Westelijke puntje van Australië. De Indische Oceaan en de Zuidelijke Oceaan ontmoeten elkaar daar. Het was ondertussen schitterend weer geworden, al waaide het daar wel heel hard. Aangezien het van daaruit nog slechts een half uurtje rijden naar Margeret River was, besloten we vlug door te rijden naar het hotel. Zo konden we nog een paar uurtjes zon pakken op het strand, want die zon hebben we de afgelopen dagen wel gemist hoor! Er zijn hier in Margret River veel surfers op het strand. Waarschijnlijk omdat er altijd een flinke wind staat. Ondanks de wind was het best lekker op het strand. Ik ben zelfs de zee nog even in geweest, maar er waren teveel rotsen om te kunnen zwemmen. Tegen zessen zijn we weggegaan bij het strand. Vanaf het hotel konden we makkelijk lopend naar het centrum van Margret River. Het uitkiezen van een restaurantje bleek lastig, er was veel gereserveerd waardoor we telkens weggestuurd werden. Uiteindelijk kwamen we terecht bij VAT107. Het zag er trendy uit, maar de bediening liet nogal wat steken vallen. Toch was het eten ontzettend goed, dus we vonden het uiteindelijk zeer geslaagd. Langzaamaan beginnen we ons nu ook voor te bereiden op de terugreis morgenavond. Het is nog zo onwerkelijk dat we over 2 dagen weer in de vrieskou zitten. Vandaag lag ik nog in mijn bikini! Van dat mooie weer kan ik maar heel moelijk afscheid nemen hoor. Wel kunnen we ons verheugen op de boodschappen die we zondag gaan doen. Sommige dingen hebben we wel echt gemist, zoals Hollandse kaas en gerookte zalm van onze eigen visboer. Of gewoon een boterham met hagelslag! Morgenochtend gaan we proberen de koffers efficiënt in te pakken, we kampen nog steeds met wat overgewicht (en dan niet alleen in de koffers :( ) Ach we zien wel hoe het allemaal loopt, eerst morgen nog een dagje genieten hier...
Albany
Wij hadden eigenlijk het plan om naar Wave Rock te gaan vandaag, op weg naar Albany. Maar van alle kanten hoorden we dat Wave Rock niet de moeite waard was. En we moesten er wel 3 uur voor om rijden, waardoor we pas laat in de middag in Albany zouden zijn. We besloten dus uiteindelijk om Wave Rock toch maar over te slaan. De Albany Highway was saai, ik denk dat het de saaiste viereneenhalf uur van deze reis zijn geweest. De dorpjes die we tegenkwamen hadden geen sfeer en er was nauwelijks meer dan een benzinepomp. Wat ook jammer was, was het weer. We vertrokken uit Perth met een stralend blauwe lucht en 30 graden. Nog geen 100 km ver reden we een dikke laag bewolking tegemoed en eenmaal in Albany konden we onze korte broek verwisselen voor een lange. In Albany woont Joris, een vroegere buurjongen uit Koudekerke. Hij is voor de liefde naar Australië vertrokken en nu we hier toch zijn vonden we het wel leuk hem op te zoeken. We konden zijn huis gemakkelijk vinden en we waren verbaasd over de grootte ervan. Het is echt ruim en er zit een joekel van een tuin bij. Ik vond het sowieso erg leuk om zo'n Australisch huis eens van binnen te zien. Dat is toch weer heel anders dan een Nederlands huis. Joris heeft er nog wel wat werk aan, want met name de badkamer is aan een renovatie toe. Maar de slaapkamers, woonkamer en keuken waren erg leuk. Na een lunch met lekkere broodjes met ham nam Joris ons mee op pad. Hij bracht ons eerst naar The Gap en Natural Bridge. Deze bezienswaardigheden liggen aan de ruige kust van de Indische Oceaan. De zee is er vrij wild en dat was mooi om te zien. Helaas miezerde het nogal, waardoor we niet zo ver konden kijken. Daarna reden we langs Salmon Hole. Dat is een strand waar in het seizoen de zalmen voorbij trekken en het was eveneens een zeer mooi stukje kust. We reden verder de weg af naar Whaleworld, waar we een mini-rondleiding kregen. De vriendin van Joris werkt daar en hij heeft er zelf wat vrijwilligerswerk gedaan, dus dat was makkelijk. Tot 1978 was Whaleworld nog echt in gebruik als walvisstation. Nu is het een museum en laten ze zien hoe de walvissen aan land kwamen en ze verwerkt werden. Met name de bloederige foto's en het enorme geraamte vond ik indrukwekkend. Ten slotte liet Joris ons Goode Beach zien, met superwit zand en Middleton Beach, waar we wat gedronken hebben. Door het slechte weer konden we niet echt lang blijven, dus uiteindelijk zijn we nog maar wat gaan winkelen. Dat was overigens best goed te doen, Albany bleek een aantal leuke winkeltjes te hebben. Toen Domini thuiskwam van haar werk zijn we met een taxi naar The Earl of Spencer gegaan, een Ierse pub waar we wat hebben gegeten. Dat was erg gezellig. Rond half 11 waren we weer thuis en even daarna zijn we gaan slapen, want we waren toch weer best moe van de drukke dag!
Pinnacles
Of het nou kwam doordat ik nog zo verschrikkelijk moe was van de tour naar Uluru, of dat de 4wd gewoon zo suf maakte weet ik niet, maar onderweg naar de Pinnacles viel ik steeds in slaap. Dat was niet fijn voor mijn nek en rug, want iedere keer dat ik wakker werd had ik meer spierpijn. Gelukkig mochten we ook af en toe de auto uit, even de benen strekken. Als eerste deden we dat in Yanchep National Park. Daar waren koala's en kangoeroe's. Grappig om te zien dat mensen die net zijn aangekomen helemaal uit hun dak gaan bij het zien van die beesten. Ze maken de ene foto na de andere. Wij hebben ze nu al zo vaak gezien dat we niet meer meteen de camera grijpen. Na een half uur reden we weer verder. En ik sliep weer verder... Het was alleen een beetje jammer dat de gids keihard de muziek ging aanzetten. Ik zat direct onder de speaker en naast het feit dat ik niet meer kon slapen, werd ik er haast doof van. Seinen op alle mogelijke manieren hielp niet, want hij keek geeneen keer in zijn achteruitkijkspiegel. Wat was ik blij toen hij op de weg een "Bluetonglizard" zag die hij aan ons wilde laten zien. Het gaf mij de gelegenheid hem te vragen of de muziek wat zachter kon. Daarna was het weer rustiger in de bus. Om 12 uur stopten we bij één of andere vage bezinepomp voor een smerige lunch. Ik had het kunnen weten... Maar ja, als je honger hebt moet je toch wat eten. Dus probeerde ik de dikke plak vettige ham en witbrood naar binnen te werken, maar het was geen succes. Van het benzinestation was het nog maar een half uurtje naar Nambung National Park, waar de Pinnacles zijn. We waren er zo. Grappig om te zien hoe al die rotsjes uit het zand omhoog steken. En het zijn er zòveel! Het was wel erg heet, ik had niet zo'n handige outfit uitgekozen: een lange broek en volledig in het zwart. Maar 's morgens was het nog best frisjes geweest. Ik vluchtte dus snel de bus met airco weer in. Na de Pinnacles reden we door de zandduinen op weg terug naar Perth. Die duinen waren superhoog en de gids crosstte er doorheen met de 4wd. (hoorde bij het programma) Best scary om zo van die hoge bergen af te gaan. Na een paar rondjes stopten we om te sandboarden. Dat was wel leuk, al ging mijn board zo langzaam als een slak. Ik mocht nog wel een keer, maar ik zag er vanaf omdat de klim terug naar boven extreem zwaar was. Echt, je kwam bijna niet vooruit op die steile heuvel met zand. Maik ging wel nog een keer en hij ging superhard. Alleen had ie wel de pech dat er zand in zijn lenzen kwam. Daar had hij vervolgens de hele middag last van. Hij was dan ook blij toen we bij ons hotel werden afgezet en hij zijn lenzen uit kon doen. 's avonds zijn we gaan eten bij The old Swan Brewery. Dit restaurant hadden we op Yorin Travel gezien. Het was wel even zoeken, maar het was een gezellig tentje met uitzicht op de rivier. En we hebben lekker gegeten.
Perth
Aangezien we de afgelopen dagen om 4 uur moesten opstaan, werden we jammer genoeg ook vandaag rond deze tijd wakker. We konden lekker wel blijven liggen. Om 7 uur zijn we opgestaan, zodat we om kwart over 8 klaar stonden voor de taxi die ons naar het vliegveld bracht. We waren ruim op tijd, dus we konden nog even een kopje koffie drinken op het terras. Intussen was de temperatuur alweer naar de 32 graden gestegen. Omdat het in het vliegtuig soms koud kan zijn, hadden we een lange broek aangetrokken. Dat was met die hoge temperatuur dus niet zo fijn! Op het vliegveld kwamen we nog mensen tegen die ook mee waren met de tour. Zij hadden, net als wij, heerlijk geslapen. Het was erg leuk dat we vanuit het vliegtuig Uluru konden zien. Je moet best wat centjes neertellen om er met een sportvliegtuigje overheen te vliegen. Nu konden we toch een paar leuke luchtfoto's maken. Na 3 uurtjes vliegen kwamen we aan in Perth, waar het ineens weer anderhalf uur vroeger was. De landing was overigens behoorlijk "bumpy", zoals de piloot het noemde, maar we waren vooraf gewaarschuwd. Er stond namelijk een flinke wind. Op het vliegveld kregen we weer een gigantische auto. (Maik moest wel even zeuren, want ze probeerden ons eerst een B-klasse auto aan te smeren). Nadat we het hotel hadden gevonden en onze spullen er hadden achtergelaten, gingen we meteen Perth in. Als eerste reden we naar Kings Park. Het bleek recht boven ons hotel te liggen. Van daaruit keken we uit op de Swan River, die door Perth loopt. Vervolgens reden we door naar Riverdrive street. Daar was een pier met allerlei gezellige restaurantjes. We hebben er de auto geparkeerd en zijn naar het centrum gewandeld. Natuurlijk troffen we het weer: alle winkels waren dicht. De reden? Omdat nieuwjaar op een zondag viel, verschuift de vrije dag naar de maandag. Vandaag dus. Gelukkig waren wel alle restaurantjes open, waardoor het toch gezellig druk was. Toen we terug kwamen bij de auto, ontdekten we dat de linkerachterband lek was. Er zat een hele grote spijker in. Eigenlijk waren we van plan om naar het strand te rijden, maar het werd dus het vliegveld om de auto terug te brengen. Daar deden ze nog moeilijk ook, alsof wij die spijker er in hadden gereden. We hadden die auto net een paar uur! Uiteindelijk kregen we een nieuwe mee. Precies dezelfde, zodat Maik helemaal in zijn nopjes was. Aangezien we nu redelijk dicht in de buurt van Northbridge zaten, besloten we daar maar even langs te rijden. Room 19, de winnaar van "My restaurant rules", zit daar. Of eigenlijk moet ik zeggen 'zat', want het bleek gesloten. Toch was het wel leuk om het gebouw te zien wat we steeds op tv zagen. Northbridge bleek trouwens sowieso een hele gezellige wijk vol restaurantjes. Maar we wilden ook nog naar Fremantle, dus we konden er niet te lang blijven rondhangen. Fremantle was ongeveer nog 20 minuten rijden. Het was er gezellig druk. Iedereen zat op straat te eten. Wij rammelden intussen ook van de honger, voor ons gevoel was het natuurlijk anderhalf uur later. We waren dus niet al te kritisch en zijn dus bij een simpele Italiaan gaan eten. Toen we klaar waren, hebben we nog even rondgelopen (we waren de auto kwijt, haha) en vervolgens terug naar het hotel gereden.
Kings Canyon en de Garden of Eden
Omdat het nog donker was toen we opstonden, was ik doodsbenauwd dat ik op een schorpioen zou trappen. Daarom ging ik met Maik mee naar de douches. We hebben namelijk maar één zaklantaarn. Gelukkig zag ik er geen en toen ik na het douchen mijn wandelschoenen weer aan had was ik gerust. We reden om 5 uur naar Kings Canyon. Daar begonnen we met een 6 km lange wandeling over de rotsen. Het eerste stuk was vreselijk zwaar, een hele steile klim tegen de rotsen op. Er was nauwelijks een trap, dus het was echt zoeken waar je je voeten kon neerzetten. Bovendien is mijn rechterknie nadat ik die ooit gebroken heb heel instabiel, waardoor dat klimmen echt lastig en pijnlijk is. Gelukkig bleef Maik bij mij in de buurt en na een half uur bereikten we, geheel buiten adem, de top. De gids, die niet één van de slankste is, kwam zelf een kwartier later. Wij waren intussen wel voldoende uitgerust. Maar we mochten niet verder van haar, omdat ze ons wilde kunnen blijven zien. Dat vond ik echt belachelijk, want ze zat maar te zeuren over dat we te weinig water hadden en misschien zouden uitdrogen. Maar juist door haar getreuzel stonden we uren in de hete zon te wachten. Nadat we 3 keer op haar hadden moeten wachten, hebben we gezegd dat we op onze eigen verantwoording verder gingen. Ze was het er niet mee eens, maar dat was dan jammer. Toen we uiteindelijk doorliepen kwamen ook het engelse stel en het Deense gezin achter ons aan. Na verloop van tijd kwamen we een andere tour tegen, waar we ons bij aansloten. De gids van deze tour liep een goed tempo en had ook nog leuke dingen te vertellen. Ongeveer halverwege kwamen we bij de Garden of Eden, een waterpoel middenin de rotsen. Er zaten kikkers en eendjes en je kon er in zwemmen, maar dat hebben we niet gedaan. Volgens onze gids wordt het water slecht van de zonnenbrandcrème die de mensen meebrengen op hun huid. Ik vond het water er sowieso niet echt aanlokkelijk uitzien. Na twee en een half uur klimmen en dalen in de zinderende hitte zagen we eindelijk het parkeerterrein liggen. We hadden het net gered met het water. Terug op de camping heb ik lekker gedouched en wat bij het zwembad in de schaduw gezeten. Maik was ondertussen zijn eigen zwembad aan het kweken in de hete tent, waar hij probeerde nog wat te slapen. Ook de gids probeerde dat, zij had immers ook maar 3 uur slaap gehad, maar moest vandaag nog wel 6 uur terug rijden naar Alice Springs! Onverantwoord, volgens ons. Maar ja, je moet toch terug dus wat doe je er aan. Na de lunch vertrokken we eindelijk. We waren erg allert tijdens de reis, omdat we er niet op konden vertrouwen dat Les (de gids) voldoende fit was om te rijden. Gelukkig ging het wel goed. Rond 6 uur kwamen we Alice Springs weer binnenrijden. We hadden het geluk dat ons hotel als eerste op de route lag, dus we konden er snel uit. We waren zo moe dat we niet eens meer hebben gegeten. We hebben de airco aangezet, zijn in bed gekropen en in slaap gevallen!
Wandelen rond Uluru en Happy New Year!
Om 4 uur ging de wekker! Aangezien er geen licht in de tent zat, was het een heel gedoe om mijn schone kleren en douchespullen in mijn tas te vinden. Op deze camping loopt er weer een ander gevaarlijk beest rond: de reuzenduizendpoot. Die hadden we nog niet gehad... Zijn beet is dodelijk en hij loopt gewoon in de douche-hokjes rond. Ik denk niet dat ik verder hoef uit te leggen hoe het ging, ik was binnen 2 minuten klaar in elk geval. Daarna vertrokken we om de sunrise van Uluru te zien. Dat viel tegen, er zaten wolken voor de zon waardoor Uluru niet mooi uitgelicht werd. Gelukkig hadden we daar gisteravond wel mooie foto's van kunnen maken. Vervolgens konden we kiezen uit 3 wandelingen, een korte van 3 km, eentje van 7 km of de hele Uluru rond, wat 9,4 km is. Wij kozen het laatste, zodat we even een paar uurtjes zonder die vreselijke gids waren. Haar gevoel voor humor is vreselijk flauw en ze geeft veel te weinig informatie. Vanmorgen vertelde ze bijvoorbeeld helemaal niet dat we na de sunrise meteen gingen wandelen, zodat niet iedereen water bij zich had (wij gelukkig wel). Bovendien hadden we, na om half 5 ontbeten te hebben, om 9 uur al hartstikke honger. En we gingen pas om half 2 lunchen! Maar goed, de wandeling was erg leuk om te doen. Na een uur werd het wel erg heet, binnen no time was onze literfles water dan ook leeg. We deden de wandeling uiteindelijk in 2 uur, wat snel was, want in het boekje stond dat het 3 tot 4 uur zou duren. Nadat iedereen van de wandeling terug was reden we naar een cultureel centrum. Aangezien we dat ook in Kakadu gezien hadden, stoven wij direct door naar het café om een kopje thee te drinken met een flink koekje om de honger te stillen. Na het cultureel centrum moesten we verplicht naar een winkelcentrum, terwijl Les (de gids) "dingen" ging regelen. We ontdekten een supermarkt waar we een fles sap kochten èn een hele voorraad muesli-repen tegen de honger de komende dagen. Na het shoppen gingen we eindelijk terug naar het kamp voor de lunch. Daarna moesten we de tenten leegmaken en vertrokken we naar Kings Creek Station, vlakbij Kings Canyon. Onderweg stopten we bij Mount Conner, die op de tafelberg lijkt met zijn platte bovenkant. Aan de andere kant van de weg was een heuveltje met het meest rooie zand dat we hier gezien hebben. Vanaf de heuvel had je uitzicht op een zoutmeer. Na deze stop moesten we hout gaan zoeken voor het kampvuur. Dat was nog niet gemakkelijk, omdat het flink geregend had. Uiteindelijk vonden we toch genoeg. Rond 5 uur kwamen we aan bij het kamp. Intussen waren we bekaf van het autorijden en het vroege opstaan. Maik en ik zijn even op bed gaan liggen, maar het was natuurlijk superheet. Slapen lukte dus helaas niet, wat flink balen was, want we hoorden dat we morgenochtend weer om 4 uur op moesten! Na een poosje zweten besloten we de tent maar uit te gaan en een douche te nemen. We waren verrast: de douches en wc's bleken behoorlijk schoon en luxe. En nog belangrijker, het wemelde er niet van de beesten! Toen we weer terug kwamen stond het vuur al flink te branden. Dat zag er gezellig uit. Toen het vuur uit was, maar het hout nog lekker gloeide, werden er gietijzeren pannen tussen het hout gezet met groente, kip, aardappelen en zoet brood. Voor mij was er vis. Het duurde wel heel erg lang voor het allemaal gaar was. Daardoor aten we pas om half 10 ofzo. Na het eten gingen de meeste mensen naar bed. Wij bleven met een klein groepje op om nieuwjaar te vieren. Intussen hadden we ontdekt dat deze camping helaas toch niet zonder gekke beesten was, er zaten namelijk schorpioenen in het zand! Zwarte. Eerst zagen we er één, maar later bleek er nog een hele grote vlak achter mijn kruk te zitten. Waar er twee zijn, kunnen er ook tien zijn, bedacht ik, en ik liep meteen naar de tent om mijn slippers te vervangen voor wandelschoenen. Het duurde lang voor het 12 uur was. We waren natuurlijk erg moe van het vroege opstaan en de wetenschap dat de volgende ochtend de wekker weer om 4 uur zou gaan bevorderde onze fitheid niet echt. Het was gaaf om de sterrenhemel te zien, er zijn zoveel sterren op het Zuidelijk Halfrond en je kunt de melkweg duidelijk zien. Zo tikten de minuten door en we vergaten bijna de schorpioenen die achter ons in het zand zaten. Om 0.00 uur hadden Maik en ik een klein flesje champagne opengetrokken. Andere mensen hadden toeters waar we flink herrie mee konden maken en we zagen zelfs, in de verte vuurwerk. Lang hebben we het niet volgehouden: om half 1 lagen we in bed. Ik kon absoluut niet slapen, het was zo afschuwelijk heet in de tent dat ik me kapot zweette. Alles was nat en ik lag alleen maar te draaien. Tegen half 3 viel ik uiteindelijk toch in slaap tot de wekker dus om 4 uur weer ging.
Afzien..!
We hadden een klein probleempje vanmorgen. Om half 7 werden we opgehaald door Saharatours voor de 3 daagse kampeersafari naar de Uluru. Voor zo'n tour kun je je koffers altijd achterlaten bij de receptie van het hotel. Alleen...de receptie was nog niet open. We maakten dus meteen een goeie indruk, want door ons moest het busje wachten tot de receptie openging. We lagen meteen een half uur achter op schema. Gelukkig leek niemand het ons kwalijk te nemen. Na een uur rijden stopten we bij een Camel Farm, waar we een rondje kameel mochten rijden. Het was wel grappig, maar ik vond het ook zielig omdat de kamelen niet zo vriendelijk behandeld werden. We hebben het wel op de film, want dit keer hebben we wel leuke mensen (een Engels stel) getroffen en die wilden het voor ons filmen. Na weer ruim een uur rijden stopten we bij Mount Evenesa. Daar was een aboriginal galerie en konden we ook even wat drinken. Vervolgens reden we door naar Curtin Spring waar we ook weer kort stopten. Onze gids had bedacht dat wij als Nederlanders wel bier zouden drinken en met haar samen een heel karton zouden kopen. Dat plannetje viel helaas in duigen, wij hadden onze eigen fles wijn meegenomen. Tegen twee uur kwamen we aan in Yalaru, waar onze tenten stonden. Zodra ik het zag wist ik dat het weer 3 dagen afzien zou worden. Deze tenten zijn potdicht, waardoor de warmte extreem is, er is geen licht en het is smerig. Maar goed, we hebben het eerder overleefd, dus we besloten er niet te lang bij stil te staan. Na de lunch gingen we naar Kata Tjuta. Eerst stopten we bij een uitkijkpunt om foto's van zowel Uluru als Kata Tjuta te maken. De zon scheen fel, maar omdat het even ervoor had geregend zaten er veel slangen. Dit keer zagen we er één van ver aankomen, waardoor we hem konden fikmen en fotograferen. Daarna stopten we heel dicht bij de Kata Tjuta. We hebben er in de gorge een wandeling van 3 km gemaakt. Toen we net aankwamen regende het keihard, maar na 10 minuten werd de lucht blauw en scheen de zon volop. De Kata-Tjuta was door de regen helemaal zwart geworden, maar door de felle zon zag je hem letterlijk opdrogen. Na een kwartiertje was hij weer oranje. Na de wandeling zagen we een donkere lucht aankomen. Gek weer hier hoor. Onze gids, die overigens niet zo goed is, reed ons naar Uluru. Daar zagen we de zonsondergang. Prachtig, de zon scheen ook echt en Uluru kreeg daardoor een schitterende gloed. Eenmaal terug bij het kamp sloten we deze dag af met een echte Ausralische bbq en daarna zijn we lekker vroeg naar bed gegaan. Morgen moeten we namelijk ook weer vroeg uit bed, want dan gaan we de zonsopkomst kijken.
Alice Springs
Het hotel in Adelaide was echt slecht. Voor de tweede keer was onze kamer vies, en dan met name de badkamer. Ik besloot het toch maar weer te zeggen, ook al konden ze er niks meer aan veranderen. Gelukkig vonden ze het oprecht vervelend en kregen we ter compensatie een ontbijtje aangeboden. Na dit ontbijt gingen we met de taxi naar naar het vliegveld. Onze vlucht naar Alice Springs ging vlot. We waren er om 12 uur en konden meteen onze horloges weer een uur terug zetten vanwege het tijdverschil. We vertrokken uit Adelaide met schitterend weer en in Alice Springs hing een dikke laag bewolking. Toch was het ontzettend heet toen we uit het vliegtuig stapten, echt weer die tropische hitte die ik stiekem eigenlijk best kan waarderen. Je lijf raakt er aan gewend, ik heb het bij 25 graden nu koud! Toen we aankwamen in het hotel, bleek onze boeking gecancelled. Heel vreemd. De receptioniste kon niet achterhalen wie het gedaan had en waarom, maar gelukkig kon ze nog wel een kamer regelen. Toen we onze koffers daar gebracht hadden, zijn we met de shuttle bus naar het centrum gegaan. Alice Springs lijkt erg op Darwin. Net zo groot (of eigenlijk klein) en net zo'n gemoedelijke sfeer. Je ziet hier ook weer heel veel aboriginals op straat lopen. Op hun blote voeten. Van de eigenaar van één van de aboriginal-galeries hier, hoorden we dat veel van de aboriginals die we in de stad zien, aan de drank zijn en hier rondzwerven. Ze zijn verstoten door hun community's en door de alcohol vaak ziek. Maik had al een nare ervaring, hij werd er door eentje bij zijn arm gegrepen, omdat hij sigaretten wilde. Gelukkig zijn ze niet allemaal zo opdringerig, sommige zitten gewoon op straat hun schilderijen te verkopen. Omdat dit voor ons de laatste kans is om echte originele aboriginal art te kopen, hebben we dat vandaag ook gedaan. Een schilderijtje en een houten beeldje. Met echtheidscertificaat, dus het is geen toeristische troep. Omdat we vanmorgen op het vliegveld hoorden dat we 8 kilo te veel hadden in onze koffers om mee te nemen naar Nederland, hebben we bij het postkantoor een pakketje naar onszelf gestuurd. Voornamelijk wijn en boeken, dus die 8 kilo zijn we weer kwijt. En opsturen bleek stukken goedkoper dan bijbetalen op het vliegveld, je betaalt namelijk €40 per kilo teveel! (8 x 40 = 320) Opsturen was maar €80, dus dat scheelt nogal wat! Verder hebben we de Anzac Hill beklommen, vanwaar je een mooi uitzicht had over Alice Springs. En 's avonds hebben we gegeten bij The Lane in The Todd Mall. De komende 3 dagen maken we een tour naar de Uluru waar we oud & nieuw zullen vieren. Omdat we dan waarschijnlijk geen bereik hebben, maken we nu alvast van de gelegenheid gebruik om jullie een spetterend uiteinde te wensen en een heel gezond en gelukkig nieuwjaar!